De gewone les
Wat zou je liever doen, als je móést kiezen: iedere dag hardop een bejaarde uitschelden of graffiti op de Nachtwacht spuiten? Over dit soort vragen denken leerlingen uit de derde klas tijdens een gewone les Nederlands op dinsdag na.
Mijn leerlingen stellen niet teleur: zij gaan voor de eerste optie, maar dan wel met een demente bejaarde (die vergeet het immers toch weer) of een dove (in de hoop dat die de kunst van het liplezen niet beheerst). Slimme oplossingen, al is de vraag of deze omstandigheden de situatie niet eigenlijk nog ernstiger maken…
Voordat je je zorgen begint te maken over ons: dit dilemma is niet mijn eigen hersenkronkel, maar een officieel Dilemma op Dinsdag, afkomstig van de gelijknamige Instagrampagina. En als we er nog twee besproken hebben (waaronder ‘je sleutels zitten elke ochtend in een blok ijs van 1 kubieke meter of je moet elke ochtend als ontbijt een vetbol eten’), is iedereen opgewarmd voor het echte werk, want in deze les staan literaire dilemma’s centraal. (Maar of deze minder vreemd zijn?)

In de voorgaande lessen hebben de leerlingen voorzichtig en nieuwsgierig hun eerste stappen gezet in de wereld van de volwassenenliteratuur. Aan het eind van de derde klas beginnen we bij Nederlands namelijk – bij wijze van voorproefje, net voor de zomervakantie begint – met het ‘lezen voor de lijst’. De leerlingen starten met het bijhouden van een literatuurschrift en we praten met elkaar over hoe deze boeken in elkaar zitten: hoe reis je als lezer door de tijd in het verhaal, wat voor soort personages lopen erin rond, met welke verteltechnieken word je aan het lezen gehouden?
Vandaag hebben we het over karaktereigenschappen en -ontwikkeling. De keuzes die een personage in het verhaal maakt, worden hierdoor gestuurd én bepalen hoe het personage zich verder ontwikkelt. De leerlingen denken eerst zelf na over een situatie uit hun boek waarin een personage een moeilijke keuze moet maken: wat is de situatie, welke twee keuzes zijn er en welke keuze maakt het personage? Daarna gaan ze in tweetallen in gesprek: de een legt het dilemma uit zonder te vertellen wat er in het boek gebeurt, de ander kiest wat hij/zij zou doen en legt uit waarom en pas daarna vertelt de eerste leerling weer wat het personage daadwerkelijk doet. Ze bespreken met elkaar waarom het personage zo koos en wat dit zegt over het karakter.
Als dit alles ook klassikaal is uitgewisseld, worden heuse literaire Dilemma’s op Dinsdag gecreëerd, steeds gebaseerd op twee boeken en met passende illustraties. Dan blijkt wel hoe wonderlijk de wereld van de literatuur is en hoe goed de leerlingen die weten te vatten. Wat te denken van: je duwt je vrouw van de kantelen van een kasteel of je knalt je eigen vader af (Quarantaine van Wytske Versteeg en Aleksandra van Lisa Weeda)… Of: je vertelt je klasgenoten dat je hen al zeven jaar aan het bestelen bent of je verandert je vriend in avondeten (We moeten praten van Jan van Mersbergen en Alles wat er was van Hanna Bervoets)!
Aan het eind van de les bekijken de leerlingen de dilemma’s die iedereen heeft gemaakt; deze zijn wat minder eenvoudig met creativiteit op te lossen. Complexe keuzes zijn het, voor al even complexe personages. Nog eentje dan: je trouwt met je stalker die veel ouder is om je broer en vader uit de gevangenis te bevrijden óf je gaat weg bij je ouders om een studentenleven te leiden en laat daarmee je beenloze vader in de steek (De moeders van Mahipar van Forugh Karimi en De beesten van Gijs Wilbrink). Wat zou je liever doen, als je móést kiezen?
Lilian Nijhuis